De complexe wereld van interviewen

Hoe is de relatie met je familie? 

Wat gebeurt er in iemands hoofd na deze vraag? De hersens scannen een enorm veld. In razend tempo.

Ten eerste het begrip ‘familie’: wie beschouw je als je familie? Je partner en eventuele kinderen? Je ouders en eventuele broers en zussen? Hoort de schoonfamilie er ook bij? Of is er een breder verband, want dan wordt het waarschijnlijk een nog grotere familie? Het woord ‘familie’ is een begrip dat interpretatie verlangt, dus de hersens moeten aan de slag om te kiezen.

Dan het volgende begrip waarover de hersens gaan kraken: ‘relatie’. Nu ontstaat er een tweedelig probleem. Er wordt gevraagd naar een overlappende ‘hoe’-beschrijving van het begrip ‘relatie’ met ‘de familie’. 

Ten eerste zijn er waarschijnlijk meerdere familieleden, dus meerdere relaties. En die kunnen verschillend gewaardeerd worden.

Ten tweede is een relatie een proces. En processen kunnen zeer veranderlijk zijn. Dus op welk moment in de tijd laat je het antwoord op de vraag betrekking hebben? Of hoe kom je tot een waardering over de totale relatie op basis van alle gedeelde ervaringen?

Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen. Johan is 35 jaar. Hij is enig kind, zijn beide ouders leven nog. Dan wordt er een kwalificatie gevraagd van zo’n 30 jaar relatie met zijn ouders, dus naar zo'n 60 jaar ervaringen.

Zijn hersenen laten  beelden zien van momenten met zijn ouders. Eerst meer recente beelden. Die liggen verser in het geheugen. Net als emotioneel indrukwekkende momenten. Welke momenten kiest hij en wat is de kwalificatie die hij daardoor aan de relatie geeft: fantastisch? uitstekend? vermakelijk? wisselend? ronduit slecht?

Stel je nu een live praatprogramma voor. Er zitten gasten aan tafel en een presentator. Er zijn camera’s op hen gericht en een microfoon. Er is publiek. Een van de gasten is Johan uit bovenstaand voorbeeld. Hij is kok en komt praten over zijn nieuwe kookprogramma. Maar er is een andere gast die een boek over familierelaties geschreven heeft. Na de introductie van de schrijver van dit boek krijgt de kok de vraag: “Hoe is de relatie met jouw familie?”

Zijn hersens gaan aan de slag. Er ontstaan nog allerlei andere sporen in zijn hoofd. Bijvoorbeeld: wat wil ik wel en niet delen met de rest van de wereld? En, in hoeverre moet ik ingaan op deze vraag want de andere gast staat nu centraal. Misschien schrikt hij wel. Omdat het een vraag is naar zijn privéleven of omdat hij nog zat te denken over wat hij wil gaan zeggen over zijn kookprogramma.

Na het selecteren moeten zijn hersens nog aan de bak om het antwoord te formuleren. Welke woorden kiest hij? Wat vertelt hij wel, wat niet? Wat vertelt hij eerst, wat daarna? Een ding is zeker: volledig kan hij niet zijn. 60 jaar ervaringen met twee belangrijke mensen in zijn leven laten zich niet vangen in een woord en zelfs niet in een enkele anekdote. En de klok tikt. Het is duidelijk dat er een vrij kort en liefst ‘leuk’ of ‘verrassend’ antwoord van hem wordt verlangd. En er is weinig angstaanjagender dan om in deze situatie met je mond vol tanden te staan. Dus er dient snel een antwoord te komen. Johan zegt, wat ongemakkelijk lachend: “Uh tsja, heb je even?”

Overweeg nu de positie van de interviewer. Hij heeft, laten we zeggen, 30 minuten om live zijn programma te maken. Hij heeft daarin meerdere gasten die hij allemaal aan bod wil laten komen. Hij heeft vele rollen te vervullen. Hij is gastheer voor het publiek in de studio, voor de kijkers thuis en voor zijn gasten. Hij is ook nog debatleider, tijdbewaker, presentator en interviewer. En last but not least: hij wil dat dit alles leidt tot een boeiend, spannend en/of vermakelijk programma. Het is een enorme klus om in deze situatie een scherp en goed interview af te nemen. Er is een voortdurende spanning en tijdsdruk. Voor interviewers die dit dagelijks doen, heb ik dan ook grote bewondering. Zij moeten elke dag ook nog ontzettend veel informatie tot zich nemen. Mentale topsport dus, met elke avond een belangrijke wedstrijd.

Terug naar het voorbeeld. Deze interviewer heeft nu een belangrijk keuzemoment. Gaat hij door met Johan of verlegt hij zijn aandacht naar de andere gast? Het kan zijn dat achter het antwoord ”Uh tsja, heb je even?” een enorm mooi verhaal schuilgaat. Iets dat het programma ‘boeiend, spannend en vermakelijk' zou maken. Maar het kan ook zijn dat Johan er niet uit kwam omdat de hoeveelheid informatie te groot is voor een kort antwoord. Het hangt af van de verwachting die de interviewer erover heeft. Het publiek heeft er om gelachen. En deze interviewer neemt de gok en nodigt Johan uit. Maar omdat hij nog zijn hele programma moet afwerken en de schrijver wacht, zegt hij: “Ik heb even, maar hou het wel kort.”

Johan die dacht dat hij er mooi van af was, lacht weer ongemakkelijk. “Nou, niets bijzonders hoor. Ik heb er nooit zo bij stil gestaan”, is het enige wat hij uit kan brengen.

Veel interviewers zullen het dan nog een keer proberen en niet van de ingeslagen weg af willen. Deze interviewer gaat voor veilig en maakt een mooi bruggetje vanuit Johan’s antwoord naar zijn volgende vraag die hij aan de schrijver van het boek richt: “Is dat ook uw ervaring, dat mensen vaak niet stil staan bij hun familierelaties?”

Vraag nu eens aan het publiek: “Wat kon Johan ons vertellen over de relatie met zijn familie?”

Waarschijnlijk is hun conclusie: ‘Niet veel. Hij heeft er ook niet echt over nagedacht.’ Maar is dat een juiste conclusie? Nee, dat is het niet. Johan heeft juist enorm veel te vertellen over zijn ouders. Hij ziet hen regelmatig en ze gaan ieder jaar nog steeds met z'n drieën op vakantie. Maar er zijn te veel herinneringen om snel uit te kunnen kiezen. Bovendien is de relatie tussen Johan en zijn moeder aan het veranderen. Ze is net vorige maand gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. Wat Johan eigenlijk bedoelde met “Ik heb er nooit zo bij stil gestaan” is dat hij de relatie met zijn ouders nooit heeft gekwalificeerd. Wat hij bedoelde met “nou niets bijzonders hoor” is dat hij de vraag om uitleg wil afwenden. In deze setting wil hij niets zeggen over de veranderende relatie met zijn moeder.

Interviewen is erg moeilijk. Het gebeurt dagelijks maar eigenlijk zouden we het 'interfailviewen' moeten noemen. Voor een interviewer is het meestal onmogelijk alle gedachten over een bepaald onderwerp te laten ontleden, alle beelden te laten beschrijven, alle ervaringen te laten vertellen en alle inzichten en handelingen van die persoon in relatie tot het onderwerp te kunnen begrijpen. En dan is het al helemaal lastig om ‘gevoel’ goed onder woorden te brengen. Kortom, zelfs in de meest ideale en zuivere vorm kent een interview al beperkingen, of liever gezegd  ‘te veel mogelijkheden en moeilijk begaanbare paden’.

Op z’n best krijgen we een stukje te zien van waar de interviewer naar op zoek was, maar meestal niet. Ook al omdat een interviewer vaak vragen hanteert die voortkomen uit zijn eigen kennisgebied met betrekking tot het onderwerp en dat leidt gemakkelijk tot onjuiste aannames. Menig interviewer weet heel goed wat hij wil vragen. Wat hij echter vaak niet weet, is hoe er te komen. Hoe hij zijn eigen hoofd in dienst moet stellen van dat andere hoofd middels de juiste vragen. Hoe hij de voortdurende associaties en interpretaties en gevoelens over wat de ander zegt, in zijn eigen hoofd het zwijgen oplegt. Noch hoe hij vervolgens de juiste vragen stelt om daar te komen waar hij graag wil zijn.

Het is eigenlijk de essentie van de tekortkoming van menselijke communicatie. We denken de ander te begrijpen, maar schieten daar voortdurend in tekort omdat het vaak net even anders is en zelfs rudimentair verschilt van wat wij dachten en interpreteerden. Maar dan hebben we onze conclusies al getrokken en onze reacties er op afgestemd. En voor je het weet denderen we af op een discussie waaraan onbegrip ten grondslag ligt. Onbegrip in twee opzichten: ten eerste hebben we de ander verkeerd begrepen en ten tweede kunnen we ons niet voorstellen waarom hij er zo over denkt. En zo voltrekt zich dan het drama van de discommunicatie.